KRC Gent wordt hartveilige sportclub!

Onze club beschikt al twee jaar over twee AED-toestellen (automatisch externe defibrillator). Er hangt een defibrilator in de EHBO-ruimte van de jeugd en de andere hangt in de spelerstunnel die toegang biedt tot het A-terrein. Daarmee geeft onze club het goede voorbeeld aan veel andere Gentse sportclubs. Zeker als je beseft dat gemiddeld per week 800 mensen onze club bezoeken. Maar uiteindelijk hopen we dat deze toestellen nooit moeten worden gebruikt.

Waarom een AED?

Sporten is gezond en heel wat sporters hebben een gezond hart. Maar wat als het misloopt, wat als een sporter of toeschouwer een hartstilstand krijgt? Dan verwittig je uiteraard de hulpdiensten. Maar jammer genoeg kunnen die nooit meteen ter plaatse. En dat terwijl de eerste minuten na een hartstilstand van levensbelang zijn.

Onderzoek heeft uitgewezen dat het slachtoffer een overlevingskans heeft tot 60% bij een reanimatie met AED binnen de eerste 6 minuten na een hartstilstand. Dat is ruim hoger dan wanneer wordt gereanimeerd zonder AED-toestel. Daarbij is tijd essentieel. Een slachtoffer dat geen hulp krijgt binnen de eerste 6 minuten na de hartaanval, loopt onomkeerbare hersenschade op en heeft slechts een kleine kans om te overleven. De hulpdiensten doen er meestal 8 minuten over om ter plaatse te komen, de eerste hulp moet dus komen van omstaanders. Per minuut dat de schok later gegeven wordt, daalt de overlevingskans met 10%.

Wat te doen bij een hartstilstand?

Onderstaand stappenplan is eenvoudig maar absoluut noodzakelijk om een mensenleven te redden.

  1.  Bel 112 
    Als iemand een hartstilstand heeft, moet je onmiddellijk noodnummer 112 bellen. Het slachtoffer moet zo snel mogelijk medische hulp te krijgen. Je kunt ook de 112 BE app downloaden op je smartphone, want via de app kunnen hulpdiensten ook meteen je locatie traceren. Dat kan handig zijn als je op verplaatsing de adresgegevens niet weet. 
  2. Reanimatie
    Onmiddellijk beginnen met reanimeren (hartmassage en mond-op-mondbeademing). Een juiste manier van reanimeren, de wijze van mond- op- mond beademing en hartmassage, in de juiste volgorde en frequentie, is uitermate belangrijk.
    Op het moment is de aanbevolen volgorde en frequentie:
    - 30 x hartmassage;
    - gevolgd door 2 x mond-op-mond beademing.
    De snelheid van hartmassage is 100 x per minuut.
  3. Defibrillatie
    Het gebruik van een AED of automatische externe defibrillator bij het begin van de reanimatie vergroot de overlevingskans van het slachtoffer enorm. Het is een toestel waarmee een elektrische schok kan worden toegediend tijdens de reanimatie.
    Opgelet, hartmassage en beademing blijven altijd nodig. Na twee minuten reanimeren analyseert de AED opnieuw het hartritme om te zien of er nog een schok nodig is. Zo gaat de eerstehulpverlener door met reanimeren en defibrilleren tot de ziekenwagen of de MUG ter plaatse is!!!

Wat is een AED?

Een automatisch externe defibrillator of AED is een draagbaar toestel dat een elektrische schok aan het hart toedient bij levensbedreigende hartritmestoornissen. De AED analyseert het hartritme van het slachtoffer en bepaalt automatisch of een stroomstoot het slachtoffer kan helpen. Het AED-toestel geeft gesproken instructies. Het leidt de hulpverlener door de reanimatie tot professionele hulpverleners het van hem overnemen.

Hoe werkt een AED?

Een AED is heel eenvoudig te bedienen. De meeste toestellen hebben maar één of twee knoppen: één om het toestel aan te zetten en een tweede om een elektrische schok toe te dienen. Zodra de AED geactiveerd is, stuurt de adviesstem de hulpverlening. De eerste adviezen zijn altijd: ‘Alarmeer de hulpdiensten’ en ‘Ontbloot de borstkas van het slachtoffer’. Zodra de borstkas van het slachtoffer ontbloot is, brengt de eerstehulpverlener de twee zelfklevende elektroden van het AED-toestel aan. De AED vraagt om het slachtoffer niet meer aan te raken en begint met een automatische analyse van het hartritme. Als de AED levensbedreigende hartritmestoornissen vaststelt, zal hij een stroomstoot door het hart toedienen. Dit wordt ook defibrilleren genoemd. Bij sommige AED-toestellen moet de hulpverlener dit zelf doen door op een knop te drukken. Een snelle stroomstoot kan het normale ritme van het hart herstellen, zodat het bloed weer door het lichaam gepompt kan worden. Zo wordt hersenschade bij het slachtoffer voorkomen.